Geschiedenis van de ILP

Ontstaan

Het begin

Het begon allemaal in het academiejaar 1976-1977. Een aantal literatuurminnende studenten van de toenmalige letterenkring Germania (Germaanse filologie) introduceerden toen voor de eerste keer een literatuurwedstrijd voor Leuvense studenten. Blijkbaar was dat meteen een voltreffer, want de Literaire Prijs werd een vaste waarde bij studenten en een uithangbord voor de kring. In 1989 werd de Prijs opengesteld voor alle studenten van de Vlaamse universiteiten en hogescholen en kreeg het de naam ‘Interuniversitaire Literaire Prijs’.

Gouden formule

In de loop der jaren werd er heel wat gesleuteld aan de formule. Naast de eeuwige, maar degelijke categorieën ‘proza’ en ‘poëzie’, heeft men ook een keer ‘drama’ en ‘kritiek & essay’ uitgeprobeerd, maar dat bleek een kleine tegenvaller te zijn. Goed, daar leert een mens uit en vaste waarden zijn er om te blijven.

Er werden indrukwekkende jury’s gevormd om al dat aanstormend literair talent te beoordelen. Degelijke jury’s bestaande uit professoren, zoals Hugo Brems, Hugo Bousset en Yves T’Sjoen, studenten en auteurs met een palmares (die van de gelegenheid gebruik maakten om wat goede raad aan de jonge garde mee te geven), zoals Kristien Hemmerechts en Erik Spinoy, bogen zich ieder jaar over de ingezonden teksten.

Professioneel

In 1999 kreeg de organisatie van Germania’s Interuniversitaire Literaire Prijs een stevige boost. Door de samenwerking met het literaire tijdschrift DWB (Dietsche Warande en Belfort), dat altijd al op zoek is naar jong talent en nieuwe experimenten, en De Post, kreeg de kring een unieke kans om de Prijs te professionaliseren. In 2000 kwamen vanuit alle hoeken van Vlaanderen veel meer inzendingen toe. De prijs kon uitpakken met een mooie affiche, rekenen op uitgebreide mails en veel persbelangstelling. De organisatoren maakten bovendien werk van een degelijke receptie (wat een ‘literaire nocturne’ moest worden) en zorgden voor een aanlokkelijke prijzenpot.

Evolutie

Interuniversitair

Door de bachelor-masterhervorming ging de kring Germania ter ziele, maar Babylon, de kring van de nieuwe richting Taal- en Letterkunde, nam de fakkel over. De Nederlandse letterkundigen blijken nog steeds te floreren wanneer in 2005 de eerste Interuniversitaire Literaire Prijs Babylon het licht ziet. Sindsdien kan de Literaire Prijs rekenen op een kleine 200 inzendingen per jaar. De ontdekking van de combinatie woord, muziek en beeld om de uitreikingsavond op te luisteren, blijkt ook elk jaar een schot in de roos.

Vakkundig en continuïteit

Ook in het academiejaar 2010-2011 kreeg de Interuniversitaire Literaire Prijs een nieuw kleedje. Er werden veel veranderderingen doorgevoerd die de continuïteit en het professionele karakter van de prijs moest garanderen. Dat jaar werd een Beschermend comité, dat zorgt voor duurzame contacten in de literaire wereld en af en toe ook advies kan geven bij de organisatie van onze wedstrijd en activiteiten, samengesteld. Daarnaast werd ook de structuur van de jury aangepast. De werken worden sinds 2011 beoordeeld door een vakjury. Die zal bestaan uit drie professoren en drie studenten van verschillende Vlaamse onderwijsinstellingen en een auteur.

De schrijvende student

De Interuniversitaire Literaire Prijs is er voor de student. En de hoofdreden waarom studenten hun literaire aspiraties moeten blijven inzenden, is omdat talent gelezen moet worden en niet zomaar stiekem in bestofte schriften mag blijven zitten. Vele van de vroegere laureaten kenden succes na – of zelfs nog tijdens – hun studententijd. Af en toe bleek in de anonieme winnaar of eervol vermelde een belangrijk schrijver te schuilen, denk maar aan Dirk van Bastelaere, Erik Spinoy, Koen Peeters, Leen Huet, Paul Demets, Paul bogaert en Anne Provoost. Andere deelnemers gingen de academische toer op, zoals Ortwin de Graef (Departement Literatuurwetenschap KU Leuven) of maakten naam in de theaterwereld: Johan Reyniers (Kaaitheater), Sigrid Bousset (Kaaitheater, Jan Fabre, nu bij Het Beschrijf) en Bert Gabriëls (mede-oprichter Maastrichts gezelschap 101punt, nu bekend als stand-up comedian).

Meer recente voorbeelden vinden we in Saskia de Coster (proza, 1999), die nu haar plaatsje al verworven heeft in het literaire landschap, en jonge dichters als Jan Geerts (1996), Maarten de Pourcq (1999 en 2000) en Fransiska Louwagie (2002), die nu allen hun steentje bijdragen aan het poëtische landschap. Ook Kris Lauwereys (2005) en Bo Vanluchene (poëzie én proza, 2007) mogen al met een aantal prijzen en publicaties pronken en zijn volop bezig aan hun poëtische carrière.

De Interuniversitaire Literaire Prijs heeft dus al heel wat te zeggen gehad en zal zeker nog heel wat van zich laten horen!